Soms zijn we heel makkelijk te verleiden. Een paar flaterende woorden en kaboem … we zijn reddeloos verloren. Wie ooit verleid is geworden, en wie is dat niet, weet het : slechts zelden beland je in de zevenste hemel, meestal land je op de meest pijnlijke manier plat op de buik.
Dat om maar te zeggen dat onze kennismaking met Pink Moth een eerder teleurstellende aard heeft aangenomen. Nochtans lazen we op het wereldwijde web dat de groep zou klinken als een bastaardkind van Will Sheff/Okkervil River en Roommate. Toen we dat lazen begonnen onze oren spontaan te flapperen van blijdschap. Dat flapperen hield echter snel op toen we The Wild ook echt te horen kregen.
Nu heeft natuurlijk iedereen recht op een opinie. We kunnen heel goed de vergelijking met Roommate begrijpen, maar wat Will Sheff dan wel Okkervil River aan dat bastaardkind hebben bijgedragen blijft voor ons toch een heel grote vraag.
Laten we wel wezen. The Wild verdient het niet om geheel met de grond gelijk gemaakt te worden. Ray Cammaert en zijn Pink Moth weten op het album toch een aantal leuke songs neer te zetten. Zo is er het ronduit mooie en delicate Minnows, de ideale soundtrack bij een lange introspectieve tocht doorheen het platteland. Ook het melancholisch klinkende Carnival Girl wist onze aandacht te trekken. Tot slot is ook We Walk een juweeltje dat het moet hebben van de mooie pianomelodie en de gevoelige zang van Cammaert.
Daarmee hebben we het echter gehad. The Wild is vooral gevuld met songs die heel spaarzaam zijn ingevuld qua instrumentatie. Wanneer dat goed gebeurd lever je een verfijnd album af. Wanneer dat mislukt heb je echter een album dat heel gauw afdrijft naar de achtergrond. Vooral het begin van The Wild lijdt onder deze tweede optie. Wat volgt aan betere momenten kan het album niet meer naar de voorgrond brengen.
Pink Moth kan niet overtuigen. De schaarse ideeën op The Wild zijn van een iets te povere kwaliteit om echt te verleiden.
——-
Eigen Beheer